De wet financiering decentrale overheden (fido) stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden. In het kader van deze wet is in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een paragraaf ‘financiering’ voorgeschreven, in zowel de begroting als in het jaarverslag.
In het Treasurystatuut 2019 zijn de uitgangspunten, doelstellingen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgelegd. Deze is op 21 januari 2019 ter kennisname gebracht aan de raad. Voor de wijze van toerekening van rente gelden wettelijke voorschriften.
Op grond van de notitie rente 2017 van de commissie BBV moeten de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag welke binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond.
In de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2019 is aanvullend bepaald dat de toe te rekenen rente aan de taakvelden 3.2 Fysieke infrastructuur en 8.2 Grondexploitatie die vervolgens mag worden toegevoegd aan de post voorraden, bouwgronden in exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk betaalde rente over het vreemd vermogen.
Eind 2023 heeft de commissie BBV een herziene versie van de notitie rente uitgebracht waarvan de bepalingen en richtlijnen in werking treden met ingang van het begrotingsjaar 2025, maar eerdere toepassing in 2024 is toegestaan.
De belangrijkste wijziging betreft de rentetoerekening aan grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor grondexploitaties de renteberekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties. Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en ligt het voor de hand de rente-omslag ook te gebruiken voor de rente aan de grondexploitaties.