Home

Inleiding en samenvatting

Het financieel beeld is na de Kadernota 2027 - 2030 in sterk verslechterd. De voornaamste redenen hiervoor zijn de achterblijvende indexatie van het gemeentefonds en het structurele effect van de kostenstijgingen in de jeugdzorg. Hierover is de raad voorafgaand aan deze begroting al geïnformeerd. Dit heeft ook de aanleiding gegeven voor de bezuinigingsoperatie. Uit onderstaande tabel blijkt het verloop.

2027

2028

2029

2030

Structureel saldo Kadernota 2027 - 2030

17

-702

-112

-112

Verschil loon, prijs en volume na verwerking meicirculaire

-707

-748

-935

-115

Extra jeugdzorgkosten

-755

-755

-755

-755

Volumegroei Sociaal Domein 2030

-217

Uitkomst Septembercirculaire 2026

592

357

357

357

Financiering - hogere marktrente

-27

-203

-302

-342

Overig verschil door wijzigingen in de Begroting 2027 - 2030

-29

-96

-17

-42

Structureel saldo Begroting 2027 - 2030

-909

-2.147

-1.764

-1.226

Bedragen x € 1.000

De verschillen worden verderop in deze begroting in de programma's nader geduid en worden hier alleen op hoofdlijnen toegelicht.

Om te beginnen zijn de effecten van de Meicirculaire en de extra jeugdzorgkosten de voornaamste redenen voor het verschil ten opzichte van de kadernota. Hierover is de raad al geïnformeerd. Het betreft voor de meicirculaire vooral de achterblijven indexatie van het gemeentefonds ten opzichte van de indexaties waar de gemeente mee te maken krijgt. Dit komt ook naar voren in de aanvullende extra jeugdzorgkosten. Daarnaast wordt voor de verstrekte zorg binnen het sociaal domein rekening gehouden met een jaarlijkse volumegroei zoals voorspeld door het Centraal Planbureau. De groei zet verder door in jaarschijf 2030, waarmee in de kadernota nog geen rekening was gehouden. De verwerking van de Septembercirculaire 2026 heeft gezorgd voor een positief effect saldo, dat verder wordt toegelicht onder het kopje Septembercirculaire 2026. Hiertegenover staat dat de gestegen marktrente zorgt voor een nadeel op financiering. De investeringsplanning is geactualiseerd en gefaseerd, zie hiervoor de 2e BERAP 2026, waardoor het effect in 2027 meevalt ten opzichte van latere jaren. De overige verschillen zijn niet verklaard.

Begroting 2027 - 2030

2027

 2028

 2029

 2030

Saldo ontwerpbegroting

-1.242

-2.354

-1.973

-1.435

Incidenteel saldo

-333

-207

-209

-209

Structureel saldo

-909

-2.147

-1.764

-1.226

Bedragen x € 1.000

Bovenstaande tabel laat het saldo van deze begroting zien per jaar, met daarin een uitsplitsing tussen het incidentele en structurele saldo. Een uitsplitsing van de incidentele baten en lasten staat in de financiële begroting.

Het effect van de bezuinigingen en de wensen is in deze begroting cijfermatig niet verwerkt, omdat deze begrotingswijziging voorligt in de 1e begrotingswijziging op deze begroting als onderdeel van het raadsvoorstel. Mocht het raadsvoorstel ongewijzigd aangenomen worden, dan blijkt uit onderstaande tabellen het effect van dit besluit.

Begroting 2027 - 2030 na 1e wijziging

 2027

 2028

 2029

2030

Structureel saldo begroting 2027 - 2030

-909

-2.147

-1.764

-1.226

Wensen kadernota

-449

-449

-449

-449

Bezuinigingen Scenario A

481

518

358

358

Bezuinigingen Scenario B1 - waaronder beperking wensen

336

336

336

336

Bezuinigingen Scenario B2

225

225

225

225

Structureel saldo na 1e wijziging exclusief inzet surplus

-316

-1.517

-1.294

-756

Inzet surplus

316

0

0

0

Structureel saldo na 1e wijziging en inzet surplus

0

-1.517

-1.294

-756

Bedragen x € 1.000

Bovenstaande tabel laat het effect van de 1e wijziging zien op het saldo.

De bezuinigingen worden in dit stuk niet verder toegelicht.

Het surplus is het vrij besteedbare deel van de reserves dat niet nodig is om de risico's af te dekken. De vrij besteedbare reserves (algemene reserve en reserve nader te bestemmen middelen) zijn na invloed van de 2e BERAP 2026 samen € 10,8 miljoen begin 2027. De becijferde risico's in deze begroting zijn € 1,8 miljoen waardoor het surplus € 10 miljoen is. Hiervan mag 10% worden aangewend als structureel dekkingsmiddel. Dat mag dus een miljoen euro zijn.
Voor de inzet van het surplus als structureel dekkingsmiddel is het nodig om een solvabiliteit boven de 20% te hebben en een ratio weerstandsvermogen boven de 1. De solvabiliteit is in deze begroting 25,5% in 2027 en 24,5% in 2028. Na de daling van het eigen vermogen door de 2e BERAP 2026 in 2026 is de solvabiliteit respectievelijk 23,6% en 22,6%. Na inzet van het genoemde surplus daalt de solvabiliteit verder naar respectievelijk 23,2% en 22,3%.
Het ratio weerstandsvermogen is afgerond 8 en daalt naar afgerond 6 na inzet van het surplus en na  verwerking van het negatieve saldo van de 2e BERAP 2026.

De wensen uit de kadernota die ter instemming via de 1e wijziging zijn voorgelegd zijn de kosten voor de GR Collectie Overijssel (€ 48.000), de verhoging van het opleidingsbudget ( € 126.000), de inzet op de detailhandel (€ 50.000), de verlening van de subsidie aan de voedselbank (€ 5.000) en de indexatie van de subsidies aan secundaire voorzieningen ( € 10.000). Dit telt niet op tot de genoemde € 449.000, omdat er voor € 210.000 aan wensen is geschrapt als onderdeel van de bezuinigingen.

Naast de structurele wensen zijn er ook wensen die als incidenteel gelden met als dekking de reserve nader te bestemmen middelen. Het betreft hier de meerkosten voor het HoogWaterBescheringsProgramma (HWBP) tussen 2027 en 2033 van jaarlijks € 343.000, het onderzoek naar het gebruik van de fietstunnel in Olst (€ 30.000), het afronden van de pilot gebiedsgericht onderhoud (€ 35.000) en de kansenkaart VrijeTijdsEconomie (VTE) fase 2 (€ 100.000 in zowel 2027 als 2028). Door de onttrekking uit de reserve nader te bestemmen middelen is de invloed op het incidentele saldo precies € 0.
Daarnaast is als onderdeel van de bezuinigingen het structurele budget voor klimaatadaptatie verlaagd vanaf 2027. Voor 2027 zijn de middelen echter nodig om een warmtevisie op te stellen. De bezuiniging op het structureel saldo wordt dus gerealiseerd in 2027, maar er komt wel € 80.000 ten laste van het incidentele saldo.

Begroting 2027 - 2030 na 1e wijziging

 2027

 2028

2029

2030

Incidenteel saldo begroting 2027 - 2030

-333

-207

-209

-209

Wensen kadernota

508

443

343

343

Dekking reserve nader te bestemmen middelen

-508

-443

-343

-343

Klimaatadaptatie - incidenteel 2027

-80

0

0

0

Incidenteel saldo na 1e wijziging

-413

-207

-209

-209

Bedragen x € 1.000

Deze pagina is gebouwd op 10/13/2026 13:03:32 met de export van 10/13/2026 12:55:51