Het college stelt elk jaar de WOZ-waarde van onroerende zaken vast. Op basis van deze jaarlijkse
herwaardering worden de tarieven voor de onroerende zaakbelasting voor 2026 opnieuw berekend. Per
september 2026 zijn de conceptwaarden van de herwaardering nog onvoldoende om nauwkeurige
tarieven te berekenen voor het heffen van de belasting in 2027. De raad stelt de tarieven voor de
onroerende- en roerende zaakbelasting 2027 uiterlijk in december 2026 vast.
Voor 2026 wordt de opbrengst (trendmatig) verhoogd met 2,8%.
Verder wordt uitgegaan van de (geactualiseerde) toename van de woningvoorraad volgens de
begrotingsrichtlijnen 2027-2030. De status van diverse objecten per oktober 2026 is als volgt:
Aantallen te gebruiken voor bepalen tarief 2027 Olst-Wijhe (meting 02-10-2026) | |
Woningen | 8.115 |
|---|---|
Garages | 200 |
Bedrijven | 521 |
Incourant | 147 |
Agrarisch | 304 |
Terreinen | 145 |
In aanbouw | 89 |
Totaal objecten | 9.521 |
De tariefbepaling OZB 2027 is afhankelijk van de uitkomsten van de herwaardering met waardepeildatum
2026. Voor 2027 wordt de waarde bepaald naar het waarde niveau op 1 januari 2026. Alle onroerende zaken worden jaarlijks gewaardeerd. Op basis van deze waardering wordt in relatie tot de gewenste OZB-opbrengst het OZB-tarief bepaald. De herwaardering voor 2027 is nog niet afgerond. Er is een analyse uitgevoerd op de waardeontwikkeling. Mogelijk wordt deze nog bijgesteld na afronding van de
herwaardering.
De opbrengsten worden geraamd op:
Belasting | Geraamde opbrengst 2027 |
|---|---|
OZB-eigenaar woning | 4.297.694 |
OZB-eigenaar niet-woning | 1.009.256 |
OZB-gebruiker niet-woning | 578.361 |
Totaal OZB | 5.885.311 |